Bruchhausen of Broekhuizen
Deze dorpskern, in de volksmond "Brokkelze" geheten wordt door "onoplettende" bewoners vaak vereenzelvigd met Rimburg. Historisch gezien vormde het nooit een eenheid met de gemeente Rimburg en kende het in oude tijden zijn eigen geschiedenis. Door de oprichting van de parochie Rimburg ontstond waarschijnlijk de verwarring. De kerkelijke registers van Eygelshoven, waartoe tot 1833 zowel Rimburg als Bruchhausen behoorden, spreken tot die tijd van Bruchhausen Superior (=Rimburg) en Brachhausen Inferior (=Bruchhausen).
De grens tussen beide dorpskernen lag nabij de Ling (Lindegracht). Bruchhausen behoorde tot de gemeente Ubach over Worms en voordien tot het Overworms kwartier. Rimburg daarentegen was (tezamen met het Duitse Rimburg, thans behorend tot Merkstein) een eigen gemeente en voordien een zelfstandige heerlijkheid.
Gemeente Rimburg anno 1866
Eerst in 1887 werd de gemeente Rimburg, ontstaan in 1795, opgeheven en werd het Nederlands gedeelte gevoegd bij de gemeente Ubach over Worms. Oudere personen wisten een duidelijk onderscheid te maken tussen de beide gehuchten als zij de juiste plek, waar hun geboortehuis gestaan had, wilden aangeven. Er bestond zelfs een ware rivaliteit tussen de beide gehuchten b.v. met betrekking tot het verenigingsleven en andere dorpsaangelegenheden. De "dorpspolitiek" tussen de beide gehuchten werd ongeveer in gelijke mate gevoerd als tussen de gehuchten Waubach en Groenstraat. Het volksgezegde dat de beide woonkernen elkaar niet konden luchten of zien, gaat te ver. In normale omstandigheden leefde men broederlijk naast elkaar en hielp men waar nodig was. Een putverdrag uit 1778 levert hiervan wel het beste bewijs. De put gelegen nabij de Ling werd gebruikt en onderhouden zowel door Rimburger als Bruchhausener bewoners. Huweiijken tussen bruidegoms uit Bruchhausen en bruidjes uit Rimburg waren gewone gebeurtenissen, zoals we ze ook vinden tussen trouwlustigen uit de Groenstraat en Waubach. De zgn. rivaliteit tussen de dorpskernen was een verschijnsel uit de 19e eeuw, ontstaan bij de opkomst van het verenigingsleven. Voor die tijd vinden we er in geschriften en akten niets van.
Bruchhausen dankt zijn naam aan de ridders van Bruch van Husen, die in documenten uit de 14e eeuw voor het eerst verschijnen. In de 17e eeuw is het geslacht uitgestorven met Willem van Bruchhausen. Diens dochter huwde met vrijheer Willem von Bernsaw zu Dirne. Hij werd op 26 maart 1625 beleend met de burcht Bruchhausen en de aanhorige goederen. Op 15 mei 1630 verkocht het echtpaar voor 7200 Akense daalders het huis Bruchhausen - dat inmiddels zeer bouwvallig was geworden - aan Bertram Banritzer, gehuwd met Gertrud Clot. Bij de verkoop van het riddergoed behoorden ook de gracht, vijvers, weilanden, beemden, akkerlanden, bossen, erfpachten, renten of cijnzen aan kapoenen en kippen, erf- en houtgerechtigdheden in het Abdissenbosch.
Brand op de hoeve Vulenbach in 1928
In 1633 verkochten de voogden van de minderjarige kinderen van het voornoemde echtpaar Banritzer-Clot (Mathias Clot, schout te Heerlen, en Johan von Birgt) het goed met aangehorigheden - dat ieder jaar 2 malder haver aan de abdij van Thorn moest leveren - aan Hendrik Wolff uit Bruchhausen. Door erfenis kwam het goed aan de rentmeestersfamilie Osenbruch, die het weer overgaf aan haar schoonzoon Petrus Dionisius Vincken. Via erfenis kwam het in de 19e eeuw in het bezit van Hendrlk Joseph Gouders.
In een oorkonde van 4 februari 1544 verklaart Johan van Bronckhorst, kasteelheer te Rimburg dat het gehucht Bruchhausen "in der lesten veheden von den burgundischen Kriegsvolck schier afgebrant ist". In 1678 verwoestten de Fransen het dorp en plunderden het volledig uit.
In oude akten komt de naam Bruchhausen onder diverse benamingen voor: 1482 Broichusen; 1677 Bruchhulsen; l784 Brouchhausen. In 1472 worden de dorpen Rimburg en Bruchhausen nog tezamen vermeld als Husen. In genoemd jaar heet Rimburg echter "Overhusen"; het eerste lid Over wil zeggen aan de overzijde van de Worm oftewel tegenover de burcht Rimburg gelegen.
Op kerkelijk gebied behoorde het gehucht Bruchhausen van oudsher tot de parochie Eygelshoven. Toen in 1802 Waubach een zelfstandige parochie werd, bleef Bruchhausen bij Eygelshoven tot aan de oprichting van de parochie Rimburg in 1833. Het riddergoed Bruchhausen was een der weinige lenen uit het Overworms gehied, dat verheven werd voor de Mannkammer te Ubach.
In 1346 verschijnt Wilhelm van Bruyhusen, die tussen 1360 en 1380 een rente of Manngelt ontvangt op het land van 's-Hertogenrade. In 1384 ontvangt Johan van Bruchusen, knaap van wapen, (van Tilman) een manleen in het land van Rode. Zijn oorkonden uit het Staatsarchief te Brussel zijn gezegeld met drie palen met wassende maan in een hartschild, hetgeen duidt op bloedverwantschap met de heren van Mulrepas. Franck von Sruchhausen was in 1482 Mann van de Leenkamer te Rimburg, Jaenes von Bruchhausen in 1497, Wlllem von Bruchhausen in 1517 (in welk jaar hij overlijdt) en Hendrik von Bruchhausen in 1535. Op woensdag na Sint Lucas in 1525 verhief Hynrich von Broechuysen, na de dood van zijn vader Willem, de hoeve Op de Anstel. Hij was reeds leenman in 1508. Op vrijdag na Heylige Crysdag in 1531 ontving Heynrich de Jonghe von Bruchuysen als kindsdeel de hele hoeve Op de Anstel, genoemd de Schereidhoeff. Van 1535 tot 1540 was de genoemde Hendrik stadhouder en schout in de heerlijkhed Rimburg. Een andere jonkheer Hendrik von Bruchhausen was in 1552 en 1555 stadhouder te Kerkrade. Jonkheer Willem von Bruchhausen was in l691 rentmeester en stadhouder te Rimburg. Hij had twee dochters: Adelheid, die ongehuwd bleef, doch die nog in l651 als meter in de doopboeken van de parochie Merkstein voorkomt en Catharina, de echtgenote van de bovengenoemde Willem von Bernsaw zu Dirne.

